Bij één centrale ondernemingsraad werd mij vooraf al gevraagd om het onderwerp Euro-or niet ter sprake te brengen; mijn opvatting over het functioneren van de Euro-or was daar bekend.
Uiteraard ben ik hier en daar door gaan vragen , en liep ik toch wel tegen een aantal merkwaardige opvattingen aan. Op mijn vraag hoe de afvaardiging vanuit Nederland tot stand kwam, werd mij gezegd dat er weinig tot geen animo was om in de Euro-or plaats te nemen. De argumenten varieerden van vliegangst, geen kennis van vreemde talen, tot de opmerking dat de Euro -or niet zoveel in de melk te brokkelen had. Ook de link met de cor werd afgedaan met :”Onze voorzitter zit in de Euro-or”.
Verder viel mij op dat veel cor- en or-leden niet precies wisten wat de Euro-or inhield. Ze (de Euro-or) praten met de directie over grensoverschrijdende zaken. Ik vroeg ook wat er gebeurde met de grensoverschrijdende zaken die invloed hebben op de situatie in Nederland. Het antwoord was steevast dat we daarvoor de WOR hebben. We hebben internationaal toch niets te vertellen. Ook de Euro-or niet. Die mogen alleen maar reageren als ze wat gevraagd wordt. Informatie en consultatie is te weinig in de ogen van vele or- en cor-leden.
Ook de manier waarop er gesproken werd over de buitenlandse collega’s heeft mij verbaasd. Alsof wij als Nederlanders de wijsheid in pacht hadden, en de achterstand, van vooral de Oost-Europese collega’s toch niet op te lossen was. Nu was dit voor mij niet helemaal nieuw, omdat we bij TNT dezelfde situatie hebben gekend. Toen we begonnen als Bijzondere Onderhandelings Groep , was al snel duidelijk dat we vijftien verschillende culturen en opvattingen bij elkaar hadden. Na de uitbreiding van de EU kwamen er nog acht bij. Wij organiseerden zo snel mogelijk een training om deze cultuurverschillen goed met elkaar te bespreken. Uiteindelijk is begrip hebben voor elkaars standpunten van essentieel belang voor het goed functioneren van een Europese ondernemingsraad. Probeer niet uit te leggen hoe anderen het moeten doen, maar laat anderen vertellen hoe zij het zouden doen. Dan heb je een goede bodem om gezamenlijk tot een einddoel te komen, gebaseerd op de inbreng van iedereen.
De cor en de or’s zullen dan ook meer moeten gaan samenwerken met de Europese or om ook nationaal tot goede besluitvorming te komen. De kennis en kunde van de Euro-or leden zal zich de komende tijd uitbreiden. Dus meer samenwerking is van het allergrootste belang.





