De bekendste gedragscode is de code Tabaksblat, maar ook in andere branches zijn gedragscodes gemeengoed geworden. Denk bijvoorbeeld maar aan de zorg en de sport. Het effect van deze codes is dat er meer ‘democratische besluitvorming’ plaatsvindt. Op zichzelf valt dit allemaal toe te juichen, maar de gevolgen voor de praktijk zijn groot.
Onder de vroegere beschermingsconstructies was de macht feitelijk bij de leiding van het bedrijf. Een aandeelhouder, eigenaar van het bedrijf, had eigenlijk niet veel te zeggen. Dat is nu veranderd. En we zien de gevolgen. Een kleine groep aandeelhouders zijn in staat om bijvoorbeeld Stork in de problemen te brengen: zij wensen het bedrijf te splitsen omdat het dan (in de verkoop) meer kan opleveren. Maar ook ABN-AMRO is nu een speelbal geworden van de op geldbeluste aandeelhouders. Ook hier wordt een splitsing bevochten van het bedrijf opdat dit meer zal opbrengen.
Deze gang van zaken leert dat het belang van het bedrijf niet meer altijd voorop staat; dat is het geldelijke belang van de aandeelhouders geworden. Zij kijken doorgaans meer naar de eigen portemonnee en korte termijnrendementen (koersstijgingen), dan de langere termijn en de andere belanghebbenden (zogenaamde stakeholders) binnen het bedrijf.
Ik zie in deze ontwikkeling eigenlijk weer een teruggang naar honderd jaar geleden. Toen werd immers ook gesproken over het productiemiddel kapitaal versus het productiemiddel arbeid. Deze strijd lijkt nu weer in volle hevigheid los te barsten. De verhouding tussen stakeholders is zoek en de balans wordt weer gezocht, op dit moment met name bij de rechter. Wellicht dat de wetgever (lees: politiek) thans weer de verhoudingen recht gaat zetten. Daarbij wordt eigenlijk weer de oude ongelijkheidscompensatie, de basis van het sociaal recht, een belangrijk item. Gebeurt dit niet, dan krijgt Marx – wellicht later dan gedacht – alsnog gelijk.



