Grote, complexe reorganisaties. Ze zorgen voor veel stress bij personeel, en ook bij de ondernemingsraad. Want die moet vaak snel advies uitbrengen. Hoe zorg je ervoor dat je toch grip op de zaak houdt?
Over welke flexkrachten hebben we het? Het aantal werkenden in Nederland met een flexibele arbeidsrelatie bedraagt inmiddels ongeveer 22 procent. Het is een heterogene groep: uitzendkrachten, payrollers, oproepkrachten, gedetacheerde werknemers, zzp’ers etc. In een bredere benadering horen hier ook werknemers met tijdelijke contracten (dat kunnen contracten zijn van korte, maar ook langere duur) bij. Deeltijders vallen buiten deze bijdrage, nu zij in de WOR niet anders behandeld worden dan voltijdwerknemers (al is het in de praktijk lastig om deeltijders voldoende bij de medezeggenschap te betrekken).
WOR
De WOR zelf noemt alleen uitzendkrachten als aparte categorie. Dat is gezien de ontwikkelingen op de arbeidsmarkt een te beperkte definitie. Denk bijvoorbeeld aan payrollers. Maar denk ook aan een deel van de zelfstandigen, zeker als zij eerst weggereorganiseerd zijn en dan vervolgens als zelfstandig ‘ondernemer’ weer aan de slag mogen bij de voormalig werkgever (die nu immers opdrachtgever heet). Het lijkt zinvol bij een discussie over medezeggenschap om al diegenen die min of meer duurzaam een bijdrage leveren aan de werkzaamheden in de onderneming mee te nemen. Met name de duurzame band is van belang. Naarmate die sterker is, ligt het meer voor de hand om deze groep bij de medezeggenschap te betrekken.
Drietrapsraket
Flexwerkers kunnen op uiteenlopende manieren betrokken worden bij de medezeggenschap:
aandacht besteden aan het onderwerp flexibele arbeid en de belangen van flexwerkers;
- flexwerkers betrekken bij de medezeggenschap;
- flexwerkers een plaats geven in de ondernemingsraad;
- Deze driedeling is geen absolute (combinaties zijn mogelijk), maar kan wel behulpzaam zijn bij de gedachtenvorming.
Dit is een fragment uit het artikel ‘Flex en medezeggenschap: er kan meer’. Het volledige artikel is gepubliceerd in
OR informatie 11/2015