"De directie is voornemens een vertrouwenscommissie in
te stellen voor het behandelen van klachten van medewerkers. De OR vindt
dat een goede zaak, maar kan zich niet vinden in de samenstelling van de
commissie: de directie wil er zelf deel van uitmaken."
“De directie is voornemens een vertrouwenscommissie in
te stellen voor het behandelen van klachten van medewerkers. De OR vindt
dat een goede zaak, maar kan zich niet vinden in de samenstelling van de
commissie: de directie wil er zelf deel van uitmaken.”
We hebben begrip voor het OR-standpunt. De vertrouwenscommissie zal immers in de regel de directie moeten adviseren over de afhandeling van de klacht. Als de directie er al deel van uitmaakt, heeft dat advies weinig zin. Medewerkers zullen ook vragen stellen over de onafhankelijkheid van de commissie.
De OR heeft in deze een instemmingsrecht, ook als de commissie geen deel uitmaakt van een grotere klachtenregeling. Misschien dat dit instemmingsrecht gekoppeld aan de argumenten genoeg is om de directie tot andere gedachten te brengen?