De regeling
De regeling houdt in dat de werknemer recht krijgt op een WW-uitkering, terwijl zijn arbeidsovereenkomst behouden blijft. Zijn loon wordt evenredig verminderd. De urenvermindering mag maximaal 50% zijn van de betrekkingsomvang. Zijn er 20 of meer werknemers voor de onderneming de deeltijd-WW aanvraagt dan moeten de werknemersorganisaties met de verkorting instemmen. Zijn er minder werknemers dan moet een vertegenwoordiging van de werknemers instemmen. De regeling kent geen minimum aantal werknemers van èèn onderneming, die van de regeling gebruik kunnen maken. Dat kan dus zelfs voor èèn werknemer zijn.
De duur van de 1e periode is maximaal 13 weken. Dat kan daarna tweemaal worden verlengd met 26 weken. De maximale duur is derhalve 65 weken.
In de vrijgekomen werktijd moet de werkgever de werknemer scholing aanbieden.
Verder moet de werkgever een afsprakenovereenkomst maken met de vakorganisaties bij 20 of meer werknemers of een vertegenwoordiging OR of PVT –namens de werknemers. Daarin zegt de werkgever toe dat gedurende de periode van de deeltijd-WW dat de werknemer geen recht heeft op een WW-uitkering het volledige loon gaat betalen. Ook wordt in de afsprakenovereenkomst de overeengekomen scholing vermeld.
Ook moet de werkgever nog bij het UWV een werkgeversverklaring vergoeding indienen. De werkgever moet namelijk 50% van de WW die is uitgekeerd in het kader van de deeltijd-WW betalen aan het UWV als achteraf de werktijdvermindering meer is dan 50% en als de werknemer binnen 3 maanden na afloop van de deeltijd-WW door een ontslag op verzoek van de werkgever geheel in de WW terechtkomt.
Uiteindelijk vraagt de werknemer de aanvraag deeltijd-WW bij het UWV aan. De betrokken werknemer plaatst wel zijn handtekening op het aanvraagformulier en op de afsprakenovereenkomst, maar komt het recht om te weigeren deel te nemen in beginsel niet toe. De aanvraag moet wel in overleg met de werkgever, omdat bij de aanvraag ook de ingevulde en ondertekende afsprakenovereenkomst wordt bijgevoegd en de werkgeversverklaring vergoeding.
Gevolgen werknemer
De deeltijd-WW lijkt zoveel mogelijk op de gewone WW, maar zonder dat de werknemer verplicht is elke week te solliciteren. Neveninkomsten moeten dus ook worden opgegeven aan het UWV en de aanvraag van vakantie moet ook in overleg met het UWV. Voor de duur van de normale WW – minimaal 3 en maximaal 38 maanden – wordt de periode van de deeltijd-WW afgetrokken, al blijft natuurlijk tenminste 50% wel staan. Werknemers vanaf 40 jaar worden voor hun pensioenopbouw gedeeltelijk gecompenseerd door het FVP (Fonds Voortzetting Pensioenen).
Aanvullende afspraken
Net als bij de normale WW gaat ook bij de deeltijd-WW het inkomen er op achteruit. In de media is aandacht geweest voor het feit dat vakorganisaties aanvulling op de deeltijd WW als voorwaarde stelden voor hun akkoord met de verkorting van de werktijd. In de Stichting van Arbeid is afgesproken dat de weigering van de werkgever om geen aanvulling op de deeltijd-WW te geven voor de vakorganisaties geen geldige op zichzelf staande reden is de werktijdverkorting te weigeren. Dat betekent weer niet dat een aanvulling niet mag worden overeengekomen.
De werknemersvertegenwoordigers kunnen ook aanvullende afspraken maken voor de pensioenopbouw welke niet valt onder de FVP. Ook kunnen afspraken gemaakt worden als de werknemer te weinig vakantiedagen krijgt doorbetaald van het UWV. En verder is het van belang dat bij een onverhoopt reorganisatie-ontslag na afloop van de deeltijd-WW het gemis aan gewone WW-rechten al dan niet gedeeltelijk wordt gecompenseerd.
Meer informatie hierover op de website van het UWV en de Stichting van de Arbeid.












