Jongejan ziet twee belangrijke valkuilen in de nieuwe Arbeidstijdenwet. De eerste is dat het onderwerp een prooi wordt van een klassieke machtstrijd tussen werkgevers en werknemers. Jongejan: "Bonden worden met de nieuwe wet in de positie geplaatst dat ze bescherming van werknemers moeten bevechten. Deze positie is fundamenteel anders dan in de oude wet. Daarin moest de werkgever het initiatief tot overleg nemen, om meer flexibiliteit te verkrijgen. De uitkomst van deze discussie leidt tot winnaars en verliezers van het vraagstuk over de mate van bescherming of de mate van flexibiliteit."
Een tweede valkuil ziet Jongejan in de combinatie van arbeidstijdenmanagement met beloning. Hierin ligt volgens hem een duivelsdilemma. "In CAO’s is bepaald welke uren als onaangenaam worden bestempeld en daardoor beter worden beloond. Als werkgevers vanuit die status quo meer flexibiliteit willen agenderen zullen werknemers hun ‘prijs’ vragen. En andersom: als werknemers de behoefte aan flexibiliteit uiten zullen werkgevers antwoorden met korting op bestaande toeslagen."
Een kansrijke tussenvariant tussen gestolde arbeidspatronen en het individueel regelen vormt volgens CNV Bedrijvenbond de levensfase gerichte aanpak. "Op basis van een behoefte-inventarisatie van werknemers worden er nieuwe collectiviteiten benoemd binnen de onderneming. Elke collectiviteit onderscheidt zich door een eigen patroon van arbeidstijdenwensen. Zo ontstaan er bijvoorbeeld arbeid en zorgarbeidspatronen of kostwinnaarsarbeidspatronen. Maar het biedt ook mogelijkheden voor meer verrassende patronen; bijvoorbeeld van mensen die jaarlijks twee maanden terug willen naar hun thuisland. Of patronen van mensen die hun rustmomenten niet structureel in het weekend willen opnemen."












