Communicatie: Welke taal spreken we?

Communicatie: Welke taal spreken we?

Grote, complexe reorganisaties. Ze zorgen voor veel stress bij personeel, en ook bij de ondernemingsraad. Want die moet vaak snel advies uitbrengen. Hoe zorg je ervoor dat je toch grip op de zaak houdt?

Dit is de eerste weblog van Monique Kroese, trainer/adviseur bij SBI. Zij schetst een praktijkvoorbeeld over taal en communicatieproblemen tussen OR en bestuurder. En een aantal mogelijke oplossingen hiervoor.  

Monique Kroese is trainer/adviseur medezeggenschap bij SBI

De eerste training met een geheel Friese ondernemingsraad deed me acuut twijfelen aan mijn trainersvaardigheden. Op mijn vragen en opmerkingen kreeg ik eenregelige reacties, en stiltes vielen in de groep als bakstenen. Tot de eerste pauze waarin alle OR-leden in geanimeerde gesprekken losbarstten, in het Fries.

Een check na de pauze bracht helderheid. Nederlands was voor de meesten de tweede taal, en ze waren bang daarin fouten te maken. Het zorgvuldig formuleren ging ten koste van de kwantiteit, en ook van de kwaliteit van de bijdrages. Maar beleefdheid gebood om in het bijzijn van de niet-Friese trainer (nota bene met zuidelijk accent) Nederlands te spreken. Vonden ze. Inmiddels versta ik het Fries behoorlijk en nodig deelnemers altijd uit de taal te hanteren waar ze het meest vertrouwd mee zijn. Dat levert geregeld een tweetalige training op, waarin gezegd wordt wat gezegd moet worden.

Onlangs kwam het dilemma van de taal op een andere manier voorbij in de training. Een OR wilde onderzoeken hoe ze de overlegvergadering konden verlevendigen; het waren altijd dezelfde OR-leden die het woord voerden, iedereen vertelde wat van tevoren was afgesproken en tot een gesprek met de bestuurder kwam het eigenlijk niet. Nadat we met elkaar een aantal mogelijkheden hadden onderzocht – hoe zouden ze het dan wel willen en wat was daarvoor nodig – uitte een van de OR-leden een hartekreet: aan durf ontbrak het hem niet, hij wilde de bestuurder graag over zijn ervaringen op de werkvloer vertellen, maar dat kon hij niet goed in het Nederlands, en de bestuurder was geen Fries. Die wel Fries bleek te verstaan, dat wisten een aantal OR-leden. En daarmee vond de hele OR dat het probleem was opgelost: het OR-lid in kwestie werd aangemoedigd zich in het Fries te uiten, en de rest zou vertalen waar nodig. Everybody happy en een levendige overlegvergadering gegarandeerd.

Communicatie is bijna een standaardonderwerp in trainingen, maar zelden gaat het over de taal die we spreken. Wat voor de Friezen geldt, geldt ook voor OR-leden in Nederland die in een Engelstalig bedrijf werken: met Engels als tweede taal staan ze vaak op achterstand bij de bestuurder. Het benoemen geeft al vaak lucht. Het uitdagen van mogelijk belemmerende overtuigingen (“tegen een niet-Friese bestuurder hoor je Nederlands te praten”, “alles gaat bij ons in het Engels dus we moeten wel”) en het zoeken naar creatieve oplossingen kan de OR vervolgens helpen te zeggen wat ze willen zeggen. En daarmee de bijdrage te leveren die ze beogen. In de taal die ze het beste beheersen.

 

 

Onderwerpen aanpassen

Mijn artikeloverzicht kan alleen gebruikt worden als je bent ingelogd.