De werkneemster werkt sinds 1 juli 2016 bij de gemeente Amsterdam als medewerkster administratie. Dit doet zij op basis van een aanstelling voor 36 uur per week. De gemeente zet per 1 januari 2020 haar aanstelling om in een arbeidsovereenkomst voor onbepaalde tijd. Vanaf dat moment zijn de cao Gemeenten en de cao Amsterdam daarop van toepassing. Omdat de werkneemster extra vakantiedagen wil sparen, gaat zij op eigen verzoek 40 uur per week werken.
Twee ziekteperiodes door burn-outklachten
Op 20 juli 2017 meldt de werkneemster zich ziek met burn-outklachten. Na re-integratiewerkzaamheden hervat zij in juli 2020 haar volledige werkzaamheden. Op 25 januari 2021 meldt zij zich opnieuw met burn-outklachten ziek. Deze ziekteperiode duurt tot 15 juli 2024. Inmiddels werkt zij weer fulltime in haar eigen functie. Tijdens haar ziekteperiodes betaalt de gemeente niet haar volledige loon door.
Werkneemster vordert gemist loon en 13e maand
De werkneemster vordert volledige loondoorbetaling tijdens haar ziekteperioden en uitbetaling van een (gemiste) 13e maand. Zij baseert haar vorderingen op artikel 7:658 BW (het zorgartikel) en op artikel 7.1.3. lid 4 van de Personeelsregeling Gemeente Amsterdam (oud). In die laatste staat dat een werknemer recht heeft op volledige salarisbetaling indien de arbeidsongeschiktheid door de dienst is ontstaan.
Structureel hoge werkdruk door personeelstekort
De werkneemster stelt dat de werkdruk waaronder zij haar werkzaamheden moest verrichten structureel te hoog en daardoor allesbehalve gezond was. Door een ernstig personeelstekort moest zij vaak overwerken. Zij stelt dat zij haar bezwaren kenbaar heeft gemaakt, maar dat de gemeente haar klachten volledig heeft genegeerd. Zij stelt de gemeente Amsterdam aansprakelijk voor de schade: de gemiste 30% loon tijdens ziekte.
Gemeente is het niet eens met de vordering
De gemeente betwist dat de ziekte van de werkneemster een rechtstreeks gevolg is van de werkomstandigheden. Er was volgens de gemeente geen sprake van een verplichting om over te werken en/of van structureel te veel werk. De gemeente heeft in elk geval de werkneemster niet gevraagd om overwerk te verrichten.
Na de uitval van de werkneemster hebben enkele collega's haar werkzaamheden erbij genomen. De werkneemster kon binnen bepaalde kaders zelf haar werkuren bepalen. Zij werkte op eigen initiatief vaak langer dan noodzakelijk, ondanks waarschuwingen van de gemeente.
Kantonrechter: schade en causaal verband bewijzen
De kantonrechter oordeelt dat op de werkgever op grond van artikel 7:658 lid 1 BW de zorgplicht rust om die maatregelen te treffen die redelijkerwijs nodig zijn om te voorkomen dat een werknemer in de uitoefening van zijn functie schade lijdt. Schiet de werkgever daarin tekort? Dan is hij tegenover de werknemer aansprakelijk voor de schade die de laatste in de uitoefening van zijn werkzaamheden daardoor lijdt. Dit geldt ook bij arbeidsomstandigheden die psychisch ziekmakend zijn.
Het is vervolgens aan de werknemer om te stellen en bij betwisting te bewijzen dat hij schade heeft geleden in de uitoefening van zijn werkzaamheden. En dat er sprake is van causaal (oorzakelijk) verband tussen de werkzaamheden en de schade.
Klachten rechtstreeks gevolg van werk?
Ter onderbouwing van haar stellingen verwijst de werkneemster naar de verslagen van de bedrijfsarts, het deskundigenrapport en de verslagen over haar re-integratie. Uit die stukken volgt weliswaar dat de klachten 'werkgerelateerd' zijn. Maar dit betekent niet dat de werkomstandigheden zo waren dat die dit soort klachten hebben kunnen veroorzaken. Ook blijkt uit de stukken niet dat de artsen enig onderzoek hebben gedaan naar de feitelijke werkomstandigheden van de werkneemster. Of dat de artsen met haar werkgever over de werkzaamheden of werkdruk hebben gesproken.
Dit betekent dat de kantonrechter niet kan vaststellen dat de klachten van de werkneemster een rechtstreeks gevolg zijn van haar werkomstandigheden. De kantonrechter komt daarom niet toe aan de vraag of de gemeente Amsterdam haar zorgplicht heeft geschonden. Daarop wijst de kantonrechter de loonvordering van de werkneemster af.
Let op
Op grond van artikel 2.15 Arbobesluit zijn werkgevers verplicht om een beleid te voeren dat erop gericht is om psychosociale arbeidsbelasting (PSA, waaronder werkdruk) te voorkomen of te beperken. Werkgevers zijn verplicht om de PSA-risico's in kaart te brengen in een risico-inventarisatie en -evaluatie (RI&E). En ook om in het plan van aanpak maatregelen op te nemen ter voorkoming van werkdruk. Verder moet de werkgever het personeel inlichten over de risico's en de maatregelen die het bedrijf heeft getroffen om werkdruk te voorkomen.
Bron: Kantonrechter Amsterdam, 10 juni 2025 – ECLI:NL:RBAMS:2025:3976











